27 januari 2026

De scene-gerefereerde workflow vormt het hart van het moderne darktable – dat daarmee heel anders werkt dan andere programma’s (en de oudere darktable-versies).

1. het basisprobleem: de scherm-gerefereerde workflow (de oudere methode)

In veel andere beeldbewerkings programma’s (en ook oudere versies van darktable) wordt de foto al heel vroeg in de bewerkingsreeks in de contrastomvang van het scherm gedwongen.

  • het probleem: camerasensoren hebben een grote omvang (van zeer licht tot zeer donker), beeldschermen een veel kleinere.
  • je moet dus de omvang aanpassen, comprimeren. Hoge lichten worden compleet wit en schaduwen dito zwart, ook al waren er details aanwezig. Het scherm kan die details niet tonen.
  • programma’s doen dit via een S-curve. Die curve buigt langzaam af naar 100% licht (wit) en 0% licht (zwart): harde overgangen worden zo voorkomen. Een S-curve kent een maximum (1) en minimum (0)
  • veel modules rekenen echter met rechtlijnige formules en je voelt aan dat dit niet lekker past op zo’n S-curve. Rechtlijnige formules kunnen grotere dan 1 uitkomsten hebben.
  • als je een foto direct omzet met zo’n S-curve en vervolgens rechtlijnige modules gebruikt, ontstaan er fouten.
  • het direct omzetten naar een S-curve en dus je beeld direct aanpassen aan je scherm heet scherm-gerefereerde workflow. Het is foutgevoelig.

2. de oplossing: scène-gerefereerde (de nieuwe manier)

Uiteindelijk moet je toch je foto omzetten naar voor een scherm geschikt beeld. In de scene-gerefereerde workflow doet darktable dat zo laat mogelijk. Ideaal is het de laatste stap is in je bewerking.

Het zijn modules zoals AgX, filmic rgb en sigmoid die dat doen. Die passen het grote bereik elegant aan aan het gebied van je monitor. Die modules noemen wij wel tone mappers. Alle drie werken met S-curves (wel iets verschillend van elkaar)

Nogmaals, deze mappers worden door darktable aan het einde van de bewerkingsreeks (pixel pipe) geplaatst. In de actieve module lijst staan die daarom ook bovenin. Wij kiezen voor AgX omdat die betere eigenschappen laat zien.

Waarom is dit belangrijk voor je?

  1. HDR-bewerking: hoge lichten worden in de scene-gerefereerde workflow beter weergeven terwijl die in de scherm-gerefereerde workflow uitgebrand zouden raken. Dit kan omdat met “lichter dan wit” nog valide kan worden gerekend zodat AgX ze uiteindelijk goed op het scherm kan weergeven.
  2. meer natuurlijke kleuren: omdat de kleuren fysiek valide worden gemengd (zonder fouten in de berekening), zijn er minder kleurverschuivingen (bijvoorbeeld een blauwe lucht wordt niet plotseling grijs of paars als hij donkerder wordt gemaakt).

Workflow Snelgids

Je hebt in ‘darktable voorkeuren – verwerking – standaardwaarden voor pixel workflow aut. toepassen’ al op scene-gerefereerd (AgX) ingesteld. Dat betekent dat darktable automatisch kiest voor AgX als tone mapper.

Samengevat: de scene-gerefereerde workflow rekent tot het allerlaatste moment met lineaire lichtwaarden terwijl de scherm-gerefereerde workflow dat te vroeg doet en er fouten kunnen (zullen) ontstaan.

Geef een reactie